1 Waarom dit boek ?
Het hart is een onvermoeibare pomp die dag en nacht zijn werk doet. Op zestigjarige leeftijd heeft dit orgaan er al ruim twee miljard hartslagen op zitten en heeft zo'n 30.000 liter bloed ons hart gepasseerd. Dit is te vergelijken met een file tussen Amsterdam en Maastricht van tegen elkaar aangezettte pakken melk of frisdrank met een lengte van 200 kilometer. Dat is het hart niet in z'n koude kleren gaan zitten. Ook de bloedvaten zijn niet meer zo soepel en veerkrachtig. Ze zijn stugger en processen als aderverkalking hebben hun sporen achtergelaten. Het hart moet daardoor `tegen de verdrukking in' blijven pompen, terwijl het al aardig op leeftijd is. De reserves raken uitgeput en het hart loopt de kans ten prooi te vallen aan ziektes. Gelukkig heeft onze spierpomp de laatste tientallen jaren een machtige bondgenoot gekregen. De medische wetenschap heeft niet stilgezeten en effectieve therapieën hebben een kwaliteit van leven mogelijk gemaakt die vroeger voor onmogelijk werd gehouden. Tot op hoge leeftijd kunnen we weer van harte van het leven genieten. En wat die twee miljard hartslagen betreft: de alleroudsten onder ons hebben er zelfs al drie of vier miljard slagen op zitten.
Dit boek is geschreven voor 60 plussers en andere geïnteresseerden. Voor mensen die het leuk en belangrijk vinden om meer inzicht te krijgen in wat dit vitale orgaan doet en die het belangrijk vinden om kennis te hebben van de waarschuwingssignalen die het hart afgeeft. Want of we het nu leuk vinden of niet, u en ik zijn de 60 jaar gepasseerd en willen nog minstens 80 jaar of ouder worden. En onze `slechte' gewoontes willen we, als we heel eerlijk zijn, ook niet echt opgeven. Dan is het natuurlijk helemaal van belang om op de signalen van het lichaam te letten. Want als we onraad ruiken, zijn we misschien wel bereid om de hond vaker uit te laten en wie weet genieten we van die extra beweging.
In dit boek passeren veel onderwerpen de revue en is het helemaal niet de bedoeling om het boek van begin tot eind te lezen. De praktijk is gewoon dat iemand die te horen heeft gekregen dat hij een hoge bloeddruk heeft, direct naar het hoofdstuk gaat waar hij de gewenste informatie kan vinden. Daarom kan ieder hoofdstuk apart gelezen worden. Als hulp daarbij vinden we in de hoofdstukken verwijzingen naar andere delen van dit boek. Zo wordt bijvoorbeeld in het hoofdstuk over pijn op de borst over een tabletje onder de tong gesproken met de toevoeging zie ook hoofdstuk 9.6 nitraten. Daar worden deze geneesmiddelen dan uitgebreider toegelicht. Wel is het handig om de hoofstukken 3 Hoe ziet er hart eruit en wat doet? (een opfrissertje), 4 Het 60 plus hart en 5 Onderzoek van het hart eerst te lezen, zodat deze basiskennis alvast meegenomen is.
De bedoeling is dat dit boek luchtig en plezierig leest, zonder de diepgang van de onderwerpen geweld aan te doen. Dat u, als u pech heeft om hartklachten te krijgen, toch door dit boek het voordeel heeft om samen met uw huisarts of cardioloog het beleid voor uw eigen behandeling uit te stippelen of dat het in ieder geval voor u duidelijk is wat voor therapie u krijgt.
Waarom dit boek ? Als 60 plussers lopen wij meer risico op hart- en vaatziekten. Omdat we wat ouder zijn geworden, kunnen klachten zich anders voordoen dan op jongere leeftijd. Ook de risico's bij bepaalde ingrepen zoals operaties kunnen anders zijn dan bij jongere leeftijdsgroepen. Maar ook opvattingen spelen een rol. Bij harttransplantatie mogen donoren van een hart vanwege (te) strenge medische criteria niet ouder zijn dan 65 jaar en de eerste tachtigjarige man of vrouw moet nog een harttransplantatie krijgen. Als dat ooit gebeurt. Want hoge leeftijd heeft los van de echte medische risico's, nog een risico. `Je bent te oud'. We lopen dus kans om op 80-jarige leeftijd een nieuw hart of een andere belangrijke ingreep mis te lopen, terwijl we dankzij die ingreep misschien nog wel 100 jaar oud hadden kunnen worden. Daarom is in dit boek ook nog een hoofstuk over `leeftijdsgrenzen', waar de huidige criteria ter discussie worden gesteld.
Maar eerst duiken we voor een kort historisch overzicht in het verleden, toen onze voorouders er nog geen idee van hadden waarvoor het hart nou precies diende. We volgen de fascinerende geschiedenis van het hart als onbekend orgaan naar het hart zoals wij dat nu kennen. Voor mensen, zoals ik, met belangstelling voor geschiedenis een boeiende terugblik op vroeger, voor andere mensen wellicht minder interessant. Die bladeren gewoon verder omdat bijvoorbeeld een bypassoperatie hen meer aanspreekt.
Jan van Ingen Schenau