4    Hoe en waarom werken ze?

Naar de reden waarˇm antidepressiva werken tasten we nog volledig in het duister. Ook weten we niet waarom antidepressiva bij pakweg de helft van de mensen wel werkt en bij de andere helft niet. Een ander probleem om de wetenschappelijke onderzoeken goed te evalueren is vaak dat de studies met positieve resultaten eerder worden gepubliceerd dan de studies met negatieve resultaten. Dit geeft een vertekend beeld van de echte werking, omdat de studies met de negatieve resultaten niet bekend zijn bij de lezer. Daarom wordt er al lang voor gepleit om alle onderzoeken te registreren, zodat er een evenwichtiger beeld ontstaat, op grond waarvan betrouwbare conclusies kunnen worden getrokken
.
De idee waarom antidepressiva effectief zijn bij mensen met angststoornissen of depressie, is dat er een tekort aan de neurotransmitters serotonine en noradrenaline bestaat. Zo zou het bij gezonde mensen `wemelen' van deze boodschappers, terwijl depressieve mensen er maar bekaaid vanaf komen. De oorzaak lijkt duidelijk en de therapie simpel. Net zoals we bij diabetes het tekort aan insuline kunnen aanvullen, kunnen we dat ook bij angst of depressie. Het is te mooi om waar te zijn en het is ook niet waar. Het blijkt niet zo simpel. De vraag is namelijk of we kunnen volstaan met de synapsen vol te pompen met serotonine. Dat is niet het geval. Er zijn allerlei regelmechanismen die er voor zorgen dat onze neurotransmitters binnen bepaalde grenzen blijven. Het is daarom zoeken naar de juiste balans tussen de neurotransmitters, een zoektocht die nog steeds gaande is.

Stress lijkt ook een rol te spelen. Door stress kunnen hersencellen minder gaan functioneren en zelfs afsterven. Antidepressiva kunnen hierbij het tij keren. Ook is het van belang om welke hersendelen het gaat. Zo is de veronderstelling dat hersengedeelten als de hippocampus en de prefrontale cortex een rol spelen bij bijvoorbeeld depressie. Maar soms zou het helemaal niet gaan om processen in de hersenen. Soms zit het helemaal niet `tussen de oren'. De neurotransmitters serotonine en noradrenaline zijn namelijk niet alleen actief in de hersenen, waar ze stemming, pijn en cognitieve processen be´nvloeden, maar ze zijn ook elders in het lichaam actief. Zo zou door een verkeerde verhouding tussen serotonine en noradrenaline in het ruggenmerg een versterkt pijnsignaal naar de hersenen worden gestuurd. Dit zou kunnen verklaren waarom fysieke symptomen zoals hoofdpijn, vermoeidheid, weinig energie en maagdarmklachten symptomen zijn van een depressieve patiŰnt.