Hoe lang moet je ze innemen?

Hoe lang je de antidepressiva zou moeten innemen is moeilijk te zeggen. Sommigen reageren goed op de medicatie en kunnen na een half jaar weer met de medicijnen stoppen. Anderen vallen steeds weer terug in hun angststoornis of depressie en moeten ze twee tot vijf jaar gebruiken. Maar het komt ook voor dat mensen levenslang de medicijnen moeten innemen. Het hangt ook een beetje van het ziektebeeld af wat je hebt en van de inzet van niet-medicamenteuze therapieŽn zoals cognitieve gedragstherapie en andere psychotherapiŽen.

Een moeilijkheid is bovendien dat je niet kunt zeggen dat als iemand het al maanden of jaren goed doet op een antidepressivum, het beeld na het stoppen ervan hetzelfde blijft. Het komt voor dat iemand na het stoppen van de medicijnen opnieuw bijvoorbeeld erg depressief wordt, maar dat na het hervatten van ťťn of meerdere antidepressiva deze niet aanslaan en zelfs therapeutisch resistent wordt, dus zeg maar, immuun wordt voor ieder antidepressivum. Die had zeker en mogelijk levenslang met de antidepressiva door moeten gaan. Maar het komt ook voor dat iemand die het niet goed doet op een antidepressivum, na het stoppen ervan weer opeens genezen is. Veranderingen dus die vooralsnog niet echt te verklaren zijn.

Geddes e.a.1 deden hiernaar onderzoek. Na een succesvolle behandeling met antidepressiva werd bij een deel van 4400 patiŽnten de antidepressieve medicatie gecontinueerd en bij het andere deel de medicatie gestopt en vervangen door een placebo. De resultaten liegen er niet om. De terugval, dus weer opnieuw een depressie, was bij de behandelgroep `slechts' 18% en bij de placebogroep maar liefst 41%. Het maakte niet uit welk antidepressivum werd gebruikt en voor hoe lang. Op grond van deze studie lijkt het veiliger om maar gewoon met de antidepressiva door te gaan, ook al om niet het risico te lopen therapie-resistent te worden. In hun onderzoek ging het om mensen met een redelijk ernstige depressie. Mogelijk zijn de resultaten weer anders bij een lichte depressie.

Keller e.a.2 geven aan dat depressieve patiŽnten die steeds weer terugvallen of recidieven hebben, beter levenslang behandeld kunnen worden om zo toe te werken naar een langdurig herstel. Zij pleiten ervoor dat er meer onderzoek wordt gedaan naar de problematiek van stoppen, en zo ja, wanneer stoppen, of moet levenslang worden doorgegaan met de medicatie. Op dit thema sluit het onderzoek van Verbeek-Heida e.a.3 goed aan. Zij hebben de problematiek van stoppen of doorgaan bekeken vanuit het perspectief van de patiŽnt. Als het weer goed met je gaat, kom je op het punt om stoppen te overwegen. Het gaat namelijk goed, waarom dan doorgaan? Maar het kan ook zo zijn dat het juist goed met je gaat omdat je antidepressiva gebruikt. De patiŽnt heeft zelf het gevoel dat het eigenlijk normaal is om een keer te stoppen. Maar als hij na het stoppen weer is teruggevallen in zijn angststoornis of depressie, dan verschuift hij een nieuwe stopdatum naar de toekomst. Hij heeft immers ervaren dat het prettiger is wanneer hij zijn medicatie blijft innemen. Aan de andere kant is hij bang niet meer zonder de medicijnen te kunnen.

De professional kan de patiŽnt ook niet altijd goede raad geven, omdat het vooralsnog onduidelijk is wat het beste is. Stoppen, doorgaan, maar voor hoelang, of levenslang innemen. Het is wat Keller2  zegt: `Er moet meer onderzoek komen naar deze problematiek' en Verbeek-Heida3 pleit voor meer overeenstemming tussen de professionals op dit terrein, bijvoorbeeld via heldere richtlijnen. Deze moeten dan natuurlijk wel gevoed worden door onderzoeksresultaten die meer licht op deze materie werpen.

1    Geddes e.a. Relapse prevention with antidepressant drug treatment in depressive disorders: a systematic review. Lancet. 2003; 361: 653-61.
2    Keller MB, Berndt ER. Depression treatment: a lifelong commitment? Psychopharmacol Bull. 2002; 36 Suppl. 2: 133-41.
3    Verbeek-Heida PM, Mathot EF. Beter safe than sorry - why patient prefer to stop using selective serotonin reuptake inhibitor (SSRI) antidepressants but are afraid to do so: results of a qualitative study. Chronic Illn. 2006; 2(2): 133-42.