Depressie

Depressie is een kwelling voor de betrokkene en vooral een ernstige depressie betekent een enorme lijdensdruk waarbij het leven tot stilstand komt en geluk achter de horizon ligt. Daarnaast is deelname aan het sociale leven en het arbeidsproces eerder een utopie dan een realiteit. Cognitieve psychotherapie en antidepressiva zijn belangrijke pijlers om de ziektelast van depressie te verminderen. 
Naar schatting is zo'n 6% van de Nederlandse bevolking depressief, maar bijna drie keer zoveel is ooit in zijn of haar leven depressief geweest. Het percentage van 6% kan wat lager of hoger zijn, al naar gelang de definitie van depressie. We kennen namelijk verschillende soorten depressie en een gradatie in de ernst van een depressie. Als we aan de criteria van de DSM-5, de `bijbel' van de psychiaters moeten voldoen, dan hebben we echt een zware depressie. Deze criteria zijn:

Depressieve stemming
Verlies van interesse of plezier
Gewichtsverlies
Slaapproblemen
Gejaagd of geremd zijn
Moeheid of verlies van energie
Gevoelens van waardeloosheid of buitensporige schuld-gevoelens
Concentratieverlies of problemen met nadenken of het nemen van besluiten
Terugkerende gedachten aan de dood

Bij vijf symptomen of meer die tenminste 2 weken steeds aanwezig zijn, hebben we een ernstige depressieve stoornis, een zogenoemde major depressie.  Wanneer we minder dan vijf symptomen hebben, gaat het om een milde depressie (minor depressie). Wellicht halen we opgelucht adem als we niet aan vijf symptomen voldoen en we 'slechts' een milde depressie hebben. Ook dan is het zaak om aan de bel te trekken, want we hebben wťl klachten, waarvan we niet zeker weten of het daarbij blijft. De kans bestaat namelijk dat de minor depressie uitgroeit tot een major depressie. We kennen daarnaast de dysthymie, een chronische depressie die al tenminste 2 jaar duurt. Wat ook kan en dat zien we vooral bij ouderen, is dat we `alleen maar' last hebben van depressieve symptomen. Om even in de sfeer van de ouderen te blijven, bijvoorbeeld de angst om te vallen of de angst om dement te worden.

De huisarts zal veel vaker depressieve symptomen zien dan een depressie. Die symptomen kunnen weer overgaan, maar ook erger worden. In deze fase wacht de huisarts meestal af en houdt samen met de patiŽnt de vinger aan de pols. Dus regelmatig evalueren hoe het gaat. Dit wordt ook wel met een mooi woord 'watchful waiting' genoemd. Daarnaast zal de huisarts ook regelmaat en een dagelijkse structuur adviseren. Wanneer er echt ernstige depressieve klachten zijn en de DSM bijbel in zicht komt, dan is zeker psychotherapie of zijn antidepressiva nodig.
Hoe zou een ideaal consult eruit moeten zien? We moeten eerst ons verhaal kunnen vertellen, dan zet de huisarts alles op een rijtje en stelt verder vragen om tot een diagnose te komen. Vervolgens legt hij ons uit wat er aan de hand is en bespreekt samen met ons de therapeutische mogelijkheden.

Multidisciplinaire richtlijn depressie 2010

Binnen deze richtlijn kijken we welke rol antidepressiva hebben.

In de thuissituatie wordt doorgaans met een SSRI gestart omdat de bijwerkingen minder ernstig zijn dan bij de TCA's. Deze laatste geneesmiddelen worden doorgaans toegepast bij patiŽnten die opgenomen moeten worden. Ook gekeken kan worden of er bij de depressie ook een angstststoornis zit, want dan adviseert de richtlijn om een SSRI te gebruiken. Staan slaapstoornissen weer erg op de voorgrond, dan kan gekozen worden voor trazodon of mirtazapine, omdat deze een slaapverbeterend effect hebben. Is bekend dat een familielid van de patiŽnt goed gereageerd heeft op een bepaald antidepressivum, dan is het zeker aan te bevelen om dit middel ook toe te passen.  
Als binnen enige tijd weer herstel is opgetreden, is niet duidelijk hoelang men antidepressiva moet blijven gebruiken, maar een globale vuistregel is om met de dosis waarmee herstel is bereikt 6 maanden door te gaan. Mocht de patiŽnt  vroeger een terugval hebben gehad, dan wordt een jaar geadviseerd.

De `reguliere' antidepressiva worden doorgaans voor ernstige depressies gebruikt, terwijl sint-janskruid eventueel bij een lichte vorm van depressie kan worden toegepast. Het heeft nog een voordeel, omdat sommige patiŽnten huiverig zijn om de reguliere antidepressiva in te nemen en sint-janskruid wel aandurven.

Mocht 4 weken na het starten van de therapie geen enkele verbetering te zien zijn, dan is dat een moment om te kijken of de aanvankelijk gestelde diagnose wel goed was, of de medicijnen wel goed worden ingenomen of om naar de maximale dosering te gaan. Daarbij kan de therapieduur verlengd worden naar 6-10 weken. Ook kan gekozen worden voor een combinatie met psychotherapie. Andere mogelijkheden zijn verder om over te stappen op een ander antidepressivum, een ander medicijn aan de bestaande therapie toe te voegen of met een combinatie van geneesmiddelen te starten waarvan tenminste ťťn ervan een antidepressivum is.

Wanneer gekozen wordt voor het stoppen van het eerste antidepressivum en overgestapt wordt op een ander antidepressivum, kan opnieuw worden gestart met een SSRI. Het is niet zo dat wanneer een SSRI geen effect heeft, alle SSRI's geen effect hebben. Maar ook andere alternatieven zijn mogelijk, zoals een TCA, SNRI, bupropion of mirtazapine. Een eventueel bezwaar van overstappen is wel dat eerst het eerdere middel uit ons lichaam moet zijn verdwenen (`uitwasperiode' of wash-out) voordat gestart kan worden met het nieuwe middel. Dat kost veel tijd, tijd waarin de patiŽnt nog steeds de lijdensdruk van een depressie ervaart.

Een medicijn toevoegen aan het eerste middel heeft het voordeel dat er minder tijdverlies is. Verder kan binnen die nieuwe combinatie het eerste middel ook effectiviteit tonen. Deze therapievorm heet augmentatie (`vermeerdering'). Een ander antidepressvium kan toegevoegd worden, maar ook lithium, een middel bij de bipolaire stoornis, kan effectief zijn als augmentatietherapie bij een ernstige depressie. Een antipsychoticum zoals quetiapine (Seroquel) kan ook als een `add-on' behandeling, zoals de Engelsen zo mooi kunnen zeggen, toegepast worden bij een depressieve stoornis als die onvoldoende reageert op een antidepressivum. Een andere mogelijkheid is om gelijktijdig te starten met meer dan ťťn geneesmiddel. Zo blijkt een combinatie van bupropion en citalopram effectiever te zijn dan alleen een therapie met bupropion.